In deze derde module leer je monitors en koptelefoons te gebruiken als serieus luisterinstrument: hoe hun eigenschappen bepalen wat je hoort en hoe betrouwbaar je beslissingen zijn tijdens opname, bewerking en controle.
Je onderzoekt hoe verschillende monitors en koptelefoons elkaar aanvullen binnen uiteenlopende luistertaken. Door bewust te schakelen tussen speakers leer je verschillen in detail, balans, stereo en ruimte te herkennen. Dit helpt je om beter te beoordelen wat er werkelijk in de opname zit, voorkomt misinterpretatie en zorgt voor keuzes die ook standhouden buiten je eigen ruimte.