Vocale of instrumentale melodieën vragen om een andere aanpak. Door rekening te houden met bereik, adem en articulatie ontstaan lijnen die beter passen bij hun oorspronkelijke functie.
Bij het schrijven van vocale of instrumentale melodieën leer je gerichte keuzes te maken. Je ontdekt hoe zang samenhangt met uitspraak, adem en frasering, terwijl instrumentale melodieën meer vrijheid hebben in intervallen en timing. Door deze verschillen bewust toe te passen kies je per context de juiste melodische vorm, ontstaat geloofwaardigheid en sluit de melodie beter aan bij expressie, functie en praktische uitvoerbaarheid.