Zodra het ritme gaat leven, begint de muziek te bewegen. Met puls en groove ontstaat een stabiele flow door timing, accent en gevoel bewust te sturen.
In de beleving van de luisteraar bepalen deze elementen hoe muziek lichamelijk aanvoelt. We leren je het verschil te herkennen tussen een strakke maat en een organische groove, en hoe subtiele microtiming, accentverschuivingen en herhaling daaraan bijdragen. Door ritme niet alleen te tellen maar ook te voelen ontstaat een fundament dat de compositie gaat dragen, melodieën ondersteunt en de luisteraar vanzelf meeneemt in het ritmische verloop.